Toelichting ontwerp ‘Huis en Wijk’ te Eindhoven door Jacob B. Bakema. 1964

De woningen zijn gesitueerd als ‘tweelingwijken’ in samenhang met het winkel - wijkcentrum
waardoor het hart gevormd zal worden van wat een ‘periferie - stad’ van Eindhoven genoemd kan worden.

Dit hart zal door de Montgomerylaan verbonden zijn met het bestaande centrum van Eindhoven.

Zodoende worden de woonwijken naar het Zuiden begrensd door openbare gebouwen en andere elementen van het winkelcentrum, naar het Noorden door een forse verkeersweg die mede bepaald wordt door een hoogspanningsnet met masten en bedrading.
Ook ten Oosten en Westen is het gebied duidelijk begrensd door wegen.

De groepering der woningen is ontwikkeld naar aanleiding van de gevraagde verscheidenheid in typen, de gewenste ruimte en rust voor voetgangers en kinderen, voldoende parkeerplaatsen en vooral naar aanleiding van de verlangde toekomstwaarde van wijk en woning

De gedachten over deze eisen werden uitgewerkt tot consequentie van de bovenomschreven situatie.
Zo ontstond naar het Noorden een wandvormige bebouwing die varieert van zes tot twaalf lagen.

De woningen in deze wandbebouwing zijn zo ontwikkeld dat de benadering van elke voordeur mogelijk is met kinderwagens en ook lichte leverancierswagentjes zonder dat daardoor inkijk en andere hinder kan ontstaan voor gepasseerde woningen.

De grootte van deze woningen is gedifferentieerd van woningen met twee slaapkamers tot woningen met vier slaapkamers en verder gevarieerd van afmetingen. Deze wandbebouwing is behalve aan de verkeersweg ook gesitueerd aan ruime velden die deel zijn van het interieur der wijken.

Deze zijn toegankelijk met wegen die aan de voet van deze wand en torenvormige bebouwing de wijk aansluit op het omringende verkeersnet. Deze wegen leiden dan verder naar woonhoven en straten zonder doorgaand verkeer.

Aan de Westkant zijn aan de woonstraten de grootste woningen ontworpen in drie soorten n.l. als vrijstaand huis, patio- en rijenhuis.

Aan elk woonhof in het midden zijn vier soorten woningen gesitueerd, in het midden de patiohuizen met daaromheen rijenhuizen, die voor een deel zijn te bouwen met kernen die kunnen worden uitgebreid volgens ontworpen varianten.

Een ander type heeft een derde laag met dakterrassen die op een met bomen beplant middenterrein zijn gericht.
Het beboomde middenterrein verbindt de ’tweelingwijken’ onderling maar is ook de binding met dat deel van het winkel - wijkcentrum waarin scholen en kerken en andere wijkvoorzieningen zijn gedacht.

De wandgebouwen met aansluitende velden en deze beboomde middenruimte vormen samen de structuur van de ‘tweelingwijken’.

De eerdergenoemde wand en torenvormige bebouwing zal met de hoge bebouwing in het winkel - wijkcentrum op een afstand aanduiding kunnen zijn van het hart van de zich ontwikkelde periferiestad.

 

16 februari 1964
Jacob B. Bakema